Status
Opgenomen in het Register
Opgenomen in het Register
Indicatorset-ID
ISID000158
Gerelateerd

Beschrijvingen van goede zorg (kwaliteitsstandaarden) worden ondersteund door indicatoren om zo de kwaliteit van zorg te bewaken, verder te verbeteren en meer transparant te maken. De kwaliteitsstandaard beschrijft wat goede organisatie van IC-zorg in Nederland inhoudt en gaat niet in op de inhoud van de zorg op de IC. De indicatoren in deze set zullen dus vooral kwaliteit van de organisatie in kaart brengen en minder (direct) de kwaliteit van de inhoud van de IC-zorg.

In de indicatorgids staat welke gegevens er in welk verslagjaar moeten worden aangeleverd. De verzamelde data over deze indicatoren is openbaar. U kunt de data bekijken en downloaden via 'Openbare data'.

Indicatoren 2020

Partijen hebben besloten om de klantpreferente indicatoren vanaf 2020 niet meer aan te leveren bij het Zorginstituut, maar bij Patiëntenfederatie Nederland voor publicatie op de website ZorgkaartNederland. Daarmee worden voor verslagjaar 2020 de hele indicatorsets hoofdpijn, coeliakie, IBD en dementie niet meer bij het Zorginstituut aangeleverd. Voor veel andere sets zullen minder indicatoren aangeleverd worden.

Indicatoren 2021

De indicatoren voor Intensive care zijn sinds verslagjaar 2021 komen te vervallen.

Indicatoren

  • 1 Aantal gediplomeerde IC-verpleegkundigen ten opzichte van het totale aantal gelijktijdig behandelde IC-patiënten. INID012758

  • 1 Percentage dat een intensivist in het ziekenhuis aanwezig is en exclusief beschikbaar voor de behandeling van IC-patiënten. Maandag t/m vrijdag INID012766

  • 2 Percentage dat een intensivist in het ziekenhuis aanwezig is en exclusief beschikbaar voor de behandeling van IC-patiënten. INID012759

  • 2 Percentage dat een intensivist in het ziekenhuis aanwezig is en exclusief beschikbaar voor de behandeling van IC-patiënten. Zaterdag en zondag INID012767

  • 3 Aantal diensten (uitgesplitst naar dag- avond- nachtdienst) waarop alle beschikbare (operationele) IC-bedden op enig moment bezet waren. INID012763

    Subindicatoren
  • 3 Aan welke modules doet uw IC mee? INID012764

    Subindicatoren
  • 3a Worden op uw ziekenhuislocatie bij IC-patiënten vragenlijsten en-of spiegelgesprekken afgenomen? INID012760

  • 3b Worden op uw ziekenhuislocatie bijnaasten vanIC-patiënten vragenlijsten en-of spiegelgesprekken afgenomen? INID012761

  • 3c Welke methode wordt op uw ziekenhuislocatie gebruikt voor het meten van de ervaringen van naasten? INID012762

  • 5b Maakt u de data zichtbaar op de website van NICE (‘data in beeld’)? INID012765

Betrokken partijen

  • Zorginstituut Nederland (penvoerder)
  • Family and Patient Centered Intensive Care (FCIC)
  • Federatie Medisch Specialisten (FMS)
  • Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU)
  • Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA)
  • Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC)
  • Patiëntenfederatie Nederland
  • Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ)
  • Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ)
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)
  • Zorgverzekeraars Nederland (ZN)

Beoordeling door Zorginstituut Nederland

De betrokken partijen in de medisch-specialistische zorg (MSZ) werken doorlopend samen in werkgroepen om jaarlijks de indicatorsets te verbeteren en vernieuwen. In de ‘Samenwerkingsafspraken ten behoeve van transparantie kwaliteitsinformatie in de MSZ’ staan uitgebreide procesafspraken.

Het proces is vormgegeven als een verbetercyclus, met daarin een registratietoets en een autorisatieronde. Ook wordt gekeken of alle relevante partijen zijn betrokken. Het eindresultaat is een indicatorset, met bij elke indicator een advies voor aanlevering: niet, vrijwillig of verplicht openbaar maken.

In aansluiting op de toetsing door partijen zelf, heeft het Zorginstituut een light toets ontwikkeld. Dit om te beoordelen of de indicatoren ook aan het Toetsingskader van het Zorginstituut voldoen. Als dat zo is, kunnen de indicatoren in het Register en op de Transparantiekalender geplaatst worden. Met de light toets gaat het Zorginstituut vooral na, of bij de partijen consensus bestaat over de indicatorset, als geheel én per afzonderlijke indicator. De resultaten van de light toets leggen we per indicatorset vast in een zogeheten toetstabel. Daarin noteren we ook de argumenten van partijen, als er geen consensus is. De gevulde tabellen vormen de basis voor onze light toets. Als partijen geen consensus bereiken, vragen zij het Zorginstituut om partijen te adviseren over het wel of niet verplicht, of vrijwillig transparant maken van indicatoren. Uiteindelijk bepalen de partijen via hun Bestuurlijk Overleg Transparantie welke indicatorsets zij bij het Zorginstituut indienen. Vervolgens stelt de Raad van Bestuur van het Zorginstituut vast, of de indicatorset voldoet aan het Toetsingskader. Zo ja, dan wordt de set opgenomen in het Register en komen de verplichte indicatoren op de Transparantiekalender.

Werkinstructie

Bij elke indicatorset hoort een indicatorgids. Deze beschrijft voor iedere indicator afzonderlijk de definitie, meetinstructie, meetperiode, bron, relevantie et cetera. Voor de MSZ bestaat een indicatorgidssjabloon. Hiermee kunnen werkgroepen makkelijker eenduidige indicatorgidsen opstellen, met daarin alle relevante informatie.

Methodologische eigenschappen

De huidige MSZ-werkgroepen kijken vooral naar de betrouwbaarheid, registreerbaarheid en bruikbaarheid van indicatoren. Dit proces is vastgelegd in de ‘Samenwerkingsafspraken MSZ’. Niet alle werkgroepen doen even uitgebreid methodologisch onderzoek naar de indicatoren. Als dit wel gebeurd, wordt slechts een deel van de resultaten openbaar gemaakt.

Procesbeschrijving

Betrokken partijen in de MSZ hebben samen met bestaande registraties (bijv. DICA en LROI) en gegevensmakelaars (bijv. Desan en DHD) langdurige procesafspraken gemaakt over het verzamelen, bewerken en doorleveren van gegevens. De praktijk toont aan dat dit goed loopt. We merken dat alle partijen elkaar weten te vinden bij eventuele hindernissen in het proces. Het Zorginstituut gaat ervan uit, dat er in het huidige proces geen grote wijzigingen plaatsvinden. Als dit wel het geval is, moeten de branchepartijen dit tijdig aangeven.