Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

PROM-cyclus stap 6: Testen indicator

 Navigatie


Startpagina PROM-toolbox Extra info
PROM-toolbox - Wat weten we (niet) over PROMs (pdf, 832 kB)
Voorbeeld coronaire hartziekten en boezemfibrilleren (pdf, 592 kB)
Voorbeeld kinderen met obesitas (pdf, 369 kB)

 

PROM-platform: het platform voor kennisuitwisseling rondom PROM

Woordenlijst

PRO

Patient-reported outcome / patiëntgerapporteerde (behandel)uitkomst. Aspecten van gezondheid of functioneren (bv. kunnen traplopen). Vaak samengevoegd onder de noemer ‘kwaliteit van leven’.


PROM

Patient-reported outcome measure. Een vragenlijst die PRO(s) meet, waarbij de patiënt door het beantwoorden van de vraag/vragenlijst zelf een oordeel geeft over zijn of haar gezondheid. Een PROM kan specifiek ontwikkeld zijn om de gevolgen van een bepaalde aandoening te meten (ziekte-specifiek) of algemeen toepasbaar zijn ongeacht de aandoening (generiek).


Indicator

Een aanwijzing (indicatie) voor eventuele verschillen in kwaliteit van zorg. Resultaten van PROMs kunnen omgerekend worden naar een indicator.


Implementatie

Planmatige invoering van veranderingen met als doel dat deze een structurele plaats krijgen in het handelen.


PREM

Patient-reported experience measure. Een vragenlijst die meet hoe de patiënt de gezondheidszorg ervaart, bijvoorbeeld hoe de communicatie met de zorgverlener verloopt.

 

Contact

Bij vragen, opmerkingen of feedback over deze toolbox kunt u contact opnemen met promtoolbox@zinl.nl.

 Stap 6: Testen indicator

PROM-cyclus

Kern

In deze stap wordt de indicator getest in de praktijk en wordt bepaald of de indicator voldoet aan de vooraf gestelde eisen. Op basis van deze testfase kan de indicator verder worden gespecificeerd en definitief worden gemaakt.

Omschrijving

Bij het testen van de indicator wordt in een kleine setting gekeken of de vooraf gestelde eisen voor vergelijkbaarheid en onderscheidend vermogen kloppen en haalbaar zijn. Als de uitkomsten van zorgverleners op een betrouwbare manier met elkaar vergeleken kunnen worden en of de gevonden verschillen relevant zijn.

Voor het vaststellen van relevante verschillen in uitkomsten, moet eerst onderzocht worden of verschillen tussen zorgverleners echt aanwezig zijn, of veroorzaakt worden door toeval. Dat wordt gedaan door middel van statistische toetsing (statistisch significant) Hiervoor zijn voldoende metingen nodig. Vuistregel is dat er minimaal 30 patiënten per instelling gemeten moeten zijn om een verschil te kunnen toetsen, waarbij 30 instellingen meedoen aan de metingen.

Indien er statistisch significante verschillen gevonden worden, betekent dat nog niet dat die verschillen ook relevant zijn. Als er heel veel metingen zijn gedaan kan een klein verschil al statistisch significant zijn, maar mogelijk nog niet relevant zijn voor de kwaliteit. Er is nog weinig kennis beschikbaar over wanneer verschillen tussen zorgverleners relevant zijn en dus iets zeggen over hun kwaliteit. Het testen van de indicator in de praktijk is dus belangrijk om die kennis op te bouwen en op basis daarvan de indicator definitief te maken. Op basis van het testen van de indicator in de praktijk kan deze verder worden gespecificeerd en definitief gemaakt. Bijvoorbeeld door een norm op te stellen op basis van de gevonden relevante verschillen in de praktijktest.

Als uit de test blijkt dat de indicator niet voldoet, kan overwogen worden om deze te herdefiniëren (stap 5), een andere PROM te selecteren (stap 3), een PROM door te ontwikkelen of een nieuwe PROM te ontwikkelen (stap 3).

Relevante tools

Zorginzicht.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren - Lees meer over cookies