Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Girls’ Talk+

Vergroten van de seksuele weerbaarheid van meiden met een lichte verstandelijke beperking.

 

Praktijkvoorbeelden

Beoogd resultaat (Toon / Verberg)

Girls’ Talk+ heeft als doel de seksuele weerbaarheid van meiden met een lichte verstandelijke beperking te vergroten om seksuele grensoverschrijding (online en in real life), ongeplande zwangerschap en soa’s te voorkomen. De subdoelen van het programma richten zich op het verbeteren van kennis, zelfvertrouwen, eigeneffectiviteit en attitude, en het vergroten van het sociale netwerk.

Doelgroep (Toon / Verberg)

LVG: Licht verstandelijke handicap/beperking

Meerwaarde voor de cliënt/patiënt (Toon / Verberg)

De deelnemende meisjes zijn seksueel weerbaar, dat wil zeggen: ze hebben regie over hun (seksuele) relaties, ze dragen zorg voor hun eigen seksuele gezondheid en welzijn, en ze maken hier verantwoorde keuzes in.

Gebruik (Toon / Verberg)

Girls’ Talk+ kan worden uitgevoerd door professionals van instellingen in zorg en onderwijs die mensen met een lichte verstandelijke beperking ondersteunen, bijvoorbeeld professionals werkzaam in de jeugdzorg, bij MEE-instellingen en in het praktijkonderwijs. Om Girls’ Talk+ te kunnen uitvoeren is een training verplicht.

Aanpak, materiaal en eventuele voorwaarden (Toon / Verberg)

Aanpak
In acht bijeenkomsten van 90 minuten leren meiden in kleine groepjes (+/- 8 personen) zich seksueel weerbaar te gedragen. De groep wordt bij voorkeur begeleid door twee vrouwelijke trainers. Elke bijeenkomst heeft een centraal thema en bestaat uit verschillende opdrachten, die aansluiten bij de manier van leren van de doelgroep. Persuasief leren, werken met geclusterde en concrete informatie, begeleid oefenen, werken met scenario’s en voorbeelden, en psycho-educatie, zijn hiervan voorbeelden.
Materiaal
De trainers ontvangen in de training de handleiding met daarin de onderbouwing en achtergrond van het programma en een beschrijving van alle bijeenkomsten, inclusief een bijeenkomst met ouders. Bij alle bijeenkomsten horen werkbladen voor de meiden. De handleiding bevat tevens een usb-stick met daarop alle benodigde materialen.
Voorwaarden
Idealiter is Girls’ Talk+ ingebed in een heldere visie en een helder beleid op het gebied van seksualiteit van de organisatie waar de meiden begeleid worden (onderwijs of zorg). Voor preventieve interventies in het onderwijs geldt bijvoorbeeld dat ze effectiever zijn, wanneer ze zijn ingebed in het opvoedingsklimaat van de school (Smith, 2011). Ook de commissie Samson merkt in haar aanbevelingen voor de jeugdzorg op dat het aandacht besteden aan het onderwerp seksualiteit ingebed moet zijn in visie en beleid op dit terrein (Commissie Samson, 2012).
Voor het uitvoeren van Girls’ Talk+ is een aantal randvoorwaarden en condities opgesteld. Wat betreft de ruimte en faciliteiten is het belangrijk dat:
- Een ruimte kan worden afgesloten – zodat de groepsactiviteit ongestoord en zonder inkijk van buiten plaats kan vinden.
- Een trainingsruimte ruim is, bij voorkeur met een zitgedeelte (om een tafel) en een speelvlak waar verschillende opdrachten, zoals lichamelijke oefeningen en rollenspellen, uitgevoerd kunnen worden.
- Een laptop en een beamer beschikbaar zijn, en er toegang tot internet is.
Wat betreft het begeleiden van meiden in een groep is er een aantal contextuele randvoorwaarden die belangrijk zijn. In de training van de begeleiders is er aandacht voor de vaardigheden om de volgende voorwaarden te kunnen scheppen:
- Veiligheid en vertrouwen. In de eerste bijeenkomst worden groepsregels afgesproken.
-  Rust en persoonlijke aandacht.
-  Aansluiting bij vragen en belevingswereld van de meiden. Hiervoor is een ‘vragenenvelop’ beschikbaar waarin meiden hun vragen anoniem kunnen stellen. In de volgende bijeenkomst(en) worden deze behandeld.
- Respect, oog voor diversiteit.
Een open houding en trainerskwaliteiten zijn van belang bij het uitvoeren van Girls’ Talk+.
Het volgen van de training is een belangrijke randvoorwaarde voor professionals. In deze training leren zij de basis van hoe zij groepscounseling aan moeten pakken. Hierbij zijn de volgende kenmerken essentieel:
- Gelijkwaardigheid.
- Positieve insteek: coachend, ondersteunend en nieuwsgierig. Niet normatief of bestraffend.
- Stimuleren van het gesprek zodat deelnemers eigen ervaringen en vragen inbrengen en met elkaar naar  0plossingen/handelingsperspectieven zoeken.
- Begeleiden van het oefenen met weerbaar gedrag door middel van een rollenspel.

Werkende principes (Toon / Verberg)

Girls’ Talk+ richt zich op meiden met een licht verstandelijke beperking. Bij de ontwikkeling van het programma hebben we ons voor wat betreft de aanpak en methode, naast wat in het algemeen bekend is over gedragsverandering en seksuele gezondheidsbevordering voor deze specifieke doelgroep laten leiden door (1) wat werkt in de seksuele gezondheidsbevordering bij pubermeiden in het algemeen en (2) wat werkt bij de seksuele gezondheidsbevordering van mensen met een lichte verstandelijke beperking.
Ad 1 wat werkt bij de seksuele gezondheidsbevordering van pubermeiden in het algemeen
Schouten e.a. (2012) concluderen dat programma’s gericht op empowerment, counseling, onderlinge uitwisseling, leren van elkaar, met andere woorden een aanpak gericht op de problemen van pubermeisjes, veelbelovend is. En ook dat een cognitief gedragsmatige aanpak positief effect heeft op de seksuele gezondheid van meisjes.
Ad 2 wat werkt bij de seksuele gezondheidsbevordering van mensen met een lichte verstandelijke beperking
Kok e.a. (2012) concluderen dat goede interventies om bij mensen met een LVB te werken aan seksuele gezondheidsbevordering gericht zijn op: kennis, op maat training en empowerment. Schaafsma e.a. (2012) noemen dat vooral begeleid oefenen hierbij een goede methode is. De Belie & van Hove (2003) noemen dat het voor de doelgroep hierbij van belang is om ondersteuning te leren aanvaarden, het ontwikkelen van een stevig, positief gekleurd zelfbeeld en het zoeken naar positieve ontwikkelingskansen op verschillende levensdomeinen.
Naast deze methodische punten, die te maken hebben met seksuele gezondheidsbevordering bij de doelgroep, hebben we ook algemene leerprincipes toegepast die van belang zijn in het leerproces van mensen met een verstandelijke beperking om ervoor te zorgen dat het geleerde beklijft. We hebben zoveel mogelijk rekening gehouden met de werkzame factoren, zoals geformuleerd in ‘Wat werkt bij jeugdigen met een Licht Verstandelijke Beperking’ (Zoon, 2012), deze komen overeen met de in de Richtlijn Effectieve Interventies LVB genoemde aanbevelingen (de toepassing hiervan in Girls’ Talk+ wordt na het overzicht van de onderbouwing gegeven). Om de kans te vergroten dat de meiden het geleerde tijdens het Girls’ Talk+ programma beter kunnen generaliseren naar andere situaties wordt ook de omgeving/c.q. de ouders bij het programma betrokken.
De aanpak van Girls’ Talk+ is vooral gebaseerd op onderstaande elementen (zie ook figuur 1):
Persuasief leren
Om de eigenwaarde van de meiden en positieve attitudes ten aanzien van vrijwillige en gelijkwaardige seks te vergroten, hebben we ervoor gekozen persuasief leren in te zetten. Persuasief leren is volgens Petty en collega’s (2009) een passende aanpak om de eigenwaarde te vergroten. Hierbij worden de meiden begeleid bij het aannemen van een positiever zelfbeeld en een positievere attitude ten aanzien van prettige seks. Verschillende actieve en creatieve oefeningen zijn erop gericht de meiden zich ervan bewust te maken dat zij trots op zichzelf en hun lichaam mogen zijn (Zoon, 2012). Zij worden hierin positief bekrachtigd (De Belie & Van Hove, 2003). Zij leren dat zij de regie hebben en kunnen aangeven wat zij wel graag willen op het gebied van relaties en seks. Meiden krijgen in het programma argumenten aangereikt om tot de conclusie te kunnen komen ‘ik mag er zijn en ik mag zelf kiezen wat ik wil in (seksuele) relaties’.
De bevindingen van Petty betreffen een algemene doelgroep, de bevindingen van Zoon en De Belie & Van Hove gaan specifiek over de doelgroep meiden met een -lichte- verstandelijke beperking.
Clusteren en concreet werken Om kennis over anticonceptie, veilige en prettige seks te vergroten, bieden we in Girls’ Talk+ de informatie geclusterd aan. Deze aanpak van Smith (2008) wordt ook wel ‘chunking’ genoemd en is effectief in het vergroten van kennis. Ook wordt informatie veel herhaald gedurende de acht weken dat het Girls’ Talk+ programma duurt. Volgens Zoon (2012) kunnen mensen met een lichte verstandelijke beperking stof beter opnemen als het hen meerdere keren wordt aangeboden. Aan het eind van de bijeenkomst, om de kernboodschap in te prenten, formuleren de meiden deze met elkaar. En aan het begin van elke bijeenkomst herhalen de meiden de kernboodschap van de vorige keer. Bij het aanbieden van informatie over anticonceptie, veilige seks en prettige seks maken we gebruik van beeld- en ondersteunend materiaal zodat de informatie concreet wordt voor de meiden. Uit onderzoek van Steen (2007) blijkt dat het inzetten van beeld bij informatie bijdraagt aan het beter eigen maken van de aangeboden stof. Bij het selecteren van geschikt (beeld)materiaal zijn we er steeds van uitgegaan dat dit zo concreet en eenduidig mogelijk moest zijn. Van een aantal gekozen beeldfragmenten, die ook in het programma Girls’ Talk gebruikt worden, was al bekend dat het ook aansloot bij deze doelgroep. In de pilot was de geschiktheid van het beeldmateriaal ook een punt van aandacht.
Begeleid oefenen
Om het vertrouwen in het eigen kunnen (eigeneffectiviteit) van meiden te vergroten gebruiken we bij verschillende thema’s in de opdrachten de methode begeleid oefenen. Volgens McCalister en collega’s (2008) is begeleid oefenen een goede manier om eigeneffectiviteit te vergroten. Kok e.a. noemen begeleid oefenen als een methode die juist bij de doelgroep mensen met een LVB geschikt is. Tijdens het programma oefenen de meiden met het kopen en omdoen van een condoom en gaan zij daarnaast aan de slag met stevig staan en ‘nee zeggen’. Zij oefenen het gedrag in een veilige setting waarbij zij ondersteund worden door de trainers en bij hen kunnen afkijken hoe het gaat. Doordat zij het gedrag meerdere malen oefenen vergroot dit het vertrouwen dat zij dit ook daadwerkelijk kunnen in een andere setting.
Werken met scenario’s en voorbeelden
Om het inzicht in risico’s en hun eigen grenzen te vergroten, gebruiken we scenario’s (voorbeeld situaties). Uit onderzoek blijkt dat het inzetten van scenario’s het bewustzijn van risico’s verhoogt en het inschatten van risico‘s verbetert (Mevissen et al., 2009, Bartholomew et al., 2011). Aan de hand van casussenopdrachten en voorbeelden uit hun eigen leven krijgen de meiden zicht op wat wel en niet oké is binnen (seksuele) relaties en wat risicovolle situaties zijn. Deze methode wordt ook gebruikt in het algemene Girls’ Talk programma en de ervaringen hiermee met meiden met een licht verstandelijke beperking waren positief, mits de gebruikte casussen en voorbeelden niet ingewikkeld waren.
Meiden kunnen om hulp vragen
Het leren aanvaarden van ondersteuning is van belang voor de doelgroep mensen met een –licht- verstandelijke beperking. In Girls’ Talk+ maken we hierbij gebruik van een methode die hierbij in het algemeen effectief is gebleken is, counter-conditioning (tegen-conditionering), om meiden te leren om hulp te vragen. Hierbij leren meiden actief om hulp te vragen als alternatief gedrag voor het zelf een oplossing zoeken als zij ergens tegenaan lopen op het gebied van relaties en seks. Uit onderzoek van Prochaska en collega’s (2008) is counter-conditioning effectief gebleken in het aanleren van nieuw gedrag dat in de plaats komt van het ongezond vertoonde gedrag. In Girls’ Talk+ worden de meiden begeleid bij het zoeken van steun bij een persoon die zij vertrouwen en om deze persoon actief te betrekken bij hun leven. Dit verlaagt de drempel om deze persoon om advies en hulp te vragen. In het programma wordt in verschillende opdrachten aandacht besteed aan het identificeren van steunpersonen. Ook wordt er gestimuleerd contact te leggen met deze steunpersoon, bijvoorbeeld door deze een kaartje te sturen. De meiden worden zo gestimuleerd om alternatief gedrag (steunpersoon betrekken) te vertonen.
Psycho-educatie
De verwachting is dat door het betrekken van de omgeving/c.q. de ouders van de meiden bij het programma, de meiden het geleerde tijdens het Girls’ Talk+ programma beter kunnen generaliseren naar andere situaties. In Girls’ Talk+ worden ouders middels een ouderbijeenkomst en een informatieve folder betrokken bij het programma. Hierbij maken we gebruik van psycho-educatie. Psycho-educatie is een methodiek die veel gebruikt wordt in de hulpverlening. Het is een educatieve aanpak om een cliënt te informeren over zijn ziekte/stoornis, zijn beleving daarvan te exploreren en hem strategieën aan te leren voor het omgaan met de consequenties (Mulder, 2015). Psycho-educatie werkt volgens Zoon (2012) ook goed bij ouders/verzorgers van jongeren met een lichte verstandelijke beperking. Ze krijgen informatie over seksuele ontwikkeling van hun kind met een lichte verstandelijke beperking en inzicht in hoe zij hier als ouder mee om kunnen gaan. Hierdoor voelen ouders beter aan wat hun kind nodig heeft en reageren ze beter op de behoefte van hun kind (De Belie & Van Hove, 2003).

Aanspreekpunt (Toon / Verberg)

Annelies Kuyper (Rutgers, kenniscentrum op het gebied van seksualiteit)

Onderhoud en ontwikkeling (Toon / Verberg)

Er wordt een volgende revisie van de Good Practice verwacht maar de datum hiervan is nog onbekend.

Onderzoek invloed en effectiviteit (Toon / Verberg)

                Invloed
                Uit zowel de interviews met de trainers, de logboeken van de training als de focusgroepen met meiden komt naar voren dat over het algemeen de trainers en deelnemende meiden tevreden zijn met Girls’ Talk+. Uiteraard wordt er ook kritische feedback gegeven over specifieke opdrachten of werkvormen, maar over het algemeen vinden de deelnemers Girls’ Talk+ ‘nuttig’, ‘leuk’, ‘belangrijk’, ‘leerzaam’ en ‘gezellig’. De deelnemers zijn tevreden met de inhoud, de opzet en het nut van Girls’ Talk+.

                Effectiviteit
                Zowel trainers als deelnemers hebben positieve gevolgen van deelname ervaren bij de meiden. Deze positieve gevolgen kwamen grotendeels overeen met de resultaten uit het effectonderzoek. Uit logboekonderzoek (zie 4.1) is gebleken dat de mate waarin het programma werd uitgevoerd zoals bedoeld verschilde tussen de trainers. Over het algemeen werd ongeveer 60% van het programma uitgevoerd zoals bedoeld. Concluderend kan worden gesteld dat Girls’ Talk+ een programma is met potentie. Door het gebrek aan meiden met seksuele ervaring was het niet mogelijk om resultaten op gedragingen te analyseren, maar het effectonderzoek toont significante positieve resultaten in de experimentele groep op verschillende secundaire uitkomstmaten, ten opzichte van de controlegroep.
            

Aangemeld voor erkenningstraject? (Toon / Verberg)

Erkend als theoretisch goed onderbouwd door de Erkenningscommissie Deelcommissie Gehandicaptenzorg d.d. 24 november 2016.

Documenten bij de good practices Bestand Grootte
Beschrijving Girls’ Talk+.pdf PDF 721,49 KB
 
Links bij de good practices
Webshop Rutgers
 
 
 
 
 
 
 
 
SNOMED CT:

Actueel

Aanspreekpunt

Paginabeheerders

Annemieke Koning (Vilans)
Ik ken ook een good practice die ik graag wil delen

Gedeelde voorbeelden van goede zorg dragen bij aan kwaliteitsverbetering.

Zie ook

Patiënteninformatie op KiesBeter

Betrouwbare publieksinformatie en links voor patiënten en naasten. Het kwaliteitsproduct in het Register vormt debasis.

Ga naar Kiesbeter.nl

Proclaimer

Zorginstituut Nederland is verantwoordelijk voor de inhoud van deze website en doet er alles aan om deze actueel en juist te houden. Zorginstituut Nederland is echter niet verantwoordelijk voor de juistheid van de inhoud die door derden is aangeleverd voor de Kwaliteitsbibliotheek respectievelijk het Register.

Lees meer

Zorginzicht.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren - Lees meer over cookies